BlogPer branche
Social media als makelaar: wat post je naast je woningen?
Naast je woningen post je als makelaar over drie dingen: de buurt waar je verkoopt, hoe je werk in elkaar zit en de mensen op je kantoor. Woningen laten zien wat er nu te koop is; de rest laat zien waarom iemand over een jaar jou belt en niet een ander. Een goede verhouding is ongeveer de helft woningen en de helft al het andere.
8 oktober 2026
Waarom alleen woningen posten niet genoeg is
Een profiel met alleen woningen is een kopie van de woningsites, en daar hebben je volgers al een app voor. Wie nu een huis zoekt, kijkt daar. Wie je op Instagram, Facebook of LinkedIn volgt, gaat over een jaar of vijf verhuizen en wil tot die tijd vooral weten wie je bent.
Scroll eens door je eigen raster. Twintig woonkamers, twaalf keukens, een badkamer met inloopdouche, en nergens een makelaar te bekennen. Netjes, maar inwisselbaar: met een ander logo erop zou niemand het verschil zien.
Woningen zijn ook tijdelijk. Een post van een huis dat verkocht is, wordt een week later een advertentie voor iets wat niet meer bestaat. Wat blijft, ben jij: je kennis van de buurt, de manier waarop je met mensen omgaat, en je kantoor op de hoek. Daar bouw je herkenning mee op, en die heb je pas nodig op het moment dat iemand wil verkopen.
Stop dus niet met woningen posten. Zet er alleen iets naast.
De buurt is je sterkste onderwerp
De buurt is het onderwerp waar niemand je in kan inhalen, omdat je er elke dag rondloopt. Een landelijke website weet hoeveel huizen er in een wijk staan; jij weet waar de kinderen 's middags voetballen en welke straat in het voorjaar wit staat van de bloesem.
Wat je over de buurt kunt laten zien:
- een straat of plein in een mooi seizoen, met een zin over wie er woont;
- wat er verandert: een nieuw fietspad, een school die uitbreidt, een plan voor nieuwbouw;
- een wijk uitgelegd voor wie er nog nooit was: waar ligt het station, hoe ver is het naar de supermarkt;
- een korte reel van een rondje door de wijk, gefilmd vanaf de fiets.
Noem gerust de bakker of het café als je dat leuk vindt, maar vraag het even als je ze in beeld zet. Zo'n post wordt vaak gedeeld door mensen die er wonen, en die buren zijn je volgende verkopers.
Laat zien hoe je werk in elkaar zit
Uitleg over je vak is de tweede pijler: de meeste mensen verkopen maar een paar keer in hun leven een huis en weten niet wat er gebeurt. Elke vraag die je aan de telefoon krijgt, is een post.
Denk aan:
- wat er gebeurt tussen het eerste gesprek en de dag dat het bord in de tuin staat;
- hoe je een bezichtiging voorbereidt en waarom je de verkoper die middag liever niet thuis hebt;
- wat een fotograaf doet in een woning, en waarom je vooraf de koelkastdeur leeg haalt;
- een vraag van een klant met jouw antwoord, in twee of drie zinnen.
Een carrousel werkt hier goed. Dat is een post met een paar beelden die je opzij veegt, zoals een klein boekje: elke stap een eigen beeld. Houd het concreet en lokaal. "Zo gaat een verkoop bij ons" zegt meer dan een algemene uitleg die op elke site staat.
Ben je ook aankoopmakelaar of taxateur, laat dat werk dan net zo goed zien. Het is minder fotogeniek dan een woonkamer, maar het is precies waar mensen je voor bellen.
Gezichten: je kantoor en je klanten
Mensen kiezen een makelaar om wie hij is, dus laat de mensen van je kantoor zien. Een foto van een collega die net terugkomt van een bezichtiging, de binnendienst aan de telefoon, de koffie op maandagochtend: het hoeft niet gepoetst te zijn om te werken.
Met klanten ligt het anders. De bekende foto met de sleutel bij de voordeur is een mooi moment, maar zet hem pas online als de kopers er ja op zeggen. Voor een herkenbare foto die niet in hun opdracht is gemaakt, geldt het portretrecht: wie erop staat kan zich tegen publicatie verzetten als hij daar een redelijk belang bij heeft (artikel 21 van de Auteurswet). Vraag het dus altijd, liefst zwart op wit, en vraag het voor de socials, niet alleen voor de foto.
Denk bij een verkochte woning ook aan de verkoper. Niet iedereen wil dat de hele buurt ziet dat hij vertrekt, of voor hoeveel. Een verkocht-post met de gevel en een korte zin zonder naam is meestal genoeg, en vraag even of het goed is.
Zo verdeel je je week
Een makkelijk ritme is één woning en één ander onderwerp per week, met stories voor wat er tussendoor gebeurt. Dan houd je het bij naast bezichtigingen en taxaties, en wisselt je raster vanzelf af.
Bijvoorbeeld:
- dinsdag: een nieuwe woning in de verkoop;
- donderdag: een vraag van een klant, de buurt, of een collega;
- zaterdag: een story van het open huis of een woning die net verkocht is.
Heb je een drukke week met vijf nieuwe woningen, zet ze dan niet alle vijf als losse post achter elkaar. Kies er één of twee voor je raster en zet de rest in een story of een carrousel. Hoe vaak je in totaal post, lees je in hoe vaak moet je posten als kleine zaak; voor een makelaarskantoor komt het meestal op twee tot drie keer per week uit.
Gebruik voor LinkedIn wat zakelijker onderwerpen: een uitleg, een vraag over de markt in je regio, een nieuwe collega. Op Instagram en Facebook werken de buurt en de woningen beter.
Waar haal je het beeld vandaan?
Het meeste beeld heb je al: de woningfoto's van je fotograaf en de foto's op je eigen telefoon. Het probleem is meestal niet dat het er niet is, maar dat het verspreid staat over mappen, mails en appgroepen.
Spreek met je fotograaf af dat je zijn foto's ook op je socials mag gebruiken, ook nadat de woning verkocht is. Dat staat lang niet altijd vanzelf in de afspraak. Vraag om de originele bestanden, zodat je ze ook rechtop voor een post of een story kunt gebruiken.
Voor de buurt, je kantoor en je werk maak je zelf foto's. Een paar per week is genoeg: de straat na de regen, de sleutelkast op kantoor, het bord dat net de tuin in gaat. Zet ze meteen op één plek en schrijf erbij wat erop staat, anders vind je ze nooit meer terug. Hoe je dat aanpakt, staat in foto's ordenen zodat je ze terugvindt.
Gebruik voor je woningen alleen echte foto's van die woning. Een mooier gemaakt beeld van een huis dat te koop staat, wekt verwachtingen die de bezichtiging niet waarmaakt.
Samengevat
- Post naast je woningen over de buurt, je vak en de mensen van je kantoor.
- Houd ongeveer de helft woningen en de helft al het andere aan.
- Elke vraag die je aan de telefoon krijgt, is een post.
- Vraag kopers altijd toestemming voor een foto op je socials, en denk aan de privacy van de verkoper.
- Spreek met je fotograaf af dat je de woningfoto's ook op je socials mag gebruiken.
Vragen
Moet ik als makelaar op Instagram, Facebook én LinkedIn zitten?
Niet per se, maar ze hebben elk een ander publiek. Op Facebook en Instagram zitten vooral buren en mensen die later willen verhuizen; op LinkedIn collega's uit het vak, ondernemers en mensen die zakelijk met je te maken hebben. Begin met het kanaal waar je klanten zitten en voeg er een toe als je ritme staat.
Mag ik een foto van de kopers met de sleutel posten?
Alleen als ze er toestemming voor geven. Op een herkenbare foto geldt het portretrecht, en kopers kunnen goede redenen hebben om niet online te willen. Vraag het vooraf, voor de socials in het bijzonder, en leg het vast.
Hoe vaak post ik een woning die al een tijd te koop staat?
Liever niet steeds dezelfde post opnieuw. Laat de woning nog eens zien vanuit een ander verhaal: de tuin in het voorjaar, de buurt eromheen, of een detail dat op de woningsites niet opvalt. Zo voegt de post iets toe in plaats van te herhalen.
Mag ik de vraagprijs en het adres in een post zetten?
Bij een woning in de verkoop is dat gewoon, want die gegevens staan ook in de advertentie. Bij een verkochte woning is het netter om de verkoper eerst te vragen wat hij goed vindt. Een verkoopprijs laat je in een post meestal beter weg.
Wat post ik als er weinig woningen te koop staan?
Juist dan heb je tijd voor de buurt, je vak en je mensen. Leg uit wat je doet voor een aankoper, laat een wijk zien, of beantwoord een vraag die je deze week kreeg. Een rustige markt is een goed moment om te laten zien wie je bent.


